Volg mij  twitter-16x16  linkedin-16x16  facebook-16x16

Huwelijkse voorwaarden, pensioenverevening en alimentatie

Huwelijkse voorwaarden, pensioenverevening en alimentatie

 Waarom kan van pensioenverevening bij huwelijkse voorwaarden afstand worden gedaan en kan dat niet van alimentatie? Waarom vallen pensioenrechten niet in de huwelijksgemeenschap?

In HR 7 oktober 1959 (BNB 1959/355) werd uitgemaakt dat het pensioenrecht zo nauw aan de persoon van de rechthebbende is verbonden dat het niet in de gemeenschap valt. In HR 27 november 1981 (NJ 1982, 503, Boon/Van Loon) ging de Hoge Raad om. In dat arrest oordeelde hij dat pensioenrechten wel in de gemeenschap vallen en dat de waarde ervan bij de verdeling moet worden verrekend. Het duurde nog tot 1 mei 1995 voordat de reactie op Boon/Van Loon in wettelijke vorm werd ingevoerd: de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wvps).

Uitgangspunt van die wet is dat de pensioenrechten niet langer in de gemeenschap vallen, maar dat – ongeacht het huwelijksvermogensregime – het ouderdomspensioen tussen de echtgenoten dient te worden verrekend, tenzij bij huwelijkse voorwaarden of echtscheidingsconvenant anders is overeengekomen.

De auteur merkt op dat Boon/Van Loon nog steeds betekenis heeft in de gevallen dat de Wvps niet van toepassing is, zoals bij buitenlandse pensioenen.

De Wvps vindt zijn grondslag in de verzorgingsgedachte van artikel 1:81 BW en is van regelend recht, zodat van pensioenverevening ook kan worden afgezien. De auteur vergelijkt de pensioenverevening in dat opzicht met de alimentatie. Het staat vast dat bij een echtscheidingsconvenant van de wet afwijkende alimentatieregelingen kunnen worden overeengekomen; artikel 1:158 BW biedt daarvoor de ruimte, maar een voorhuwelijkse alimentatieovereenkomst is evenwel, in tegenstelling tot een voorhuwelijkse overeenkomst tot beperking van pensioenverevening, niet mogelijk (artikel 1:400 lid 2 BW).

De auteur pleit ervoor het mogelijk te maken dat bij huwelijkse voorwaarden niet alleen pensioenverevening maar ook alimentatie wordt uitgesloten of beperkt. Een dergelijk systeem zou wel gepaard moeten gaan met externe toetsing, door notaris en rechter. De auteur hoopt dat er een vierde tranche huwelijksvermogensrecht komt, waarin ook fundamenteel aandacht wordt besteed aan de contractsvrijheid bij het maken van huwelijkse voorwaarden.

Bron: T.F.H. Reijnen, WPNR – Weekblad voor Privaatrecht, Notariaat en Registratie 6916

MfN registermediator