Volg mij  twitter-16x16  linkedin-16x16  facebook-16x16

Scheiding in het bedrijf

scheiding in het bedrijf

De fiscale gevolgen voor een man/vrouw-firma bij echtscheiding.

De fiscale gevolgen daarvan worden bepaald door het huwelijksgoederenregime tussen de partners en de vraag wie van de partners de onderneming na echtscheiding gaat voortzetten. Er zijn 4 situaties mogelijk:

  1. Gehuwd op huwelijkse voorwaarden, één partner zet de onderneming voort

    Deze afwikkeling is een reguliere bedrijfsoverdracht. De ene partner staakt zijn onderneming; zijn aandeel in de personenvennootschap draagt hij over aan de andere partner. Voor de overdragende partner ontstaat een afrekenmoment van de stakingswinst met de fiscus en ook de oudedagsreserve valt vrij. De stakende partner kan op de stakingswinst diverse fiscale faciliteiten toepassen, zoals de stakingsaftrek, de 12% mkb-winstvrijstelling. Hij kan de stakingslijfrenteaftrek benutten en de stakingswinst en oudedagsreserve onder voorwaarden omzetten in een recht op lijfrente-uitkering.

    Verder kan gebruik worden gemaakt van de doorschuifregeling als de partners de onderneming ten minste drie jaar gezamenlijk in een samenwerkingsverband hebben gedreven. De fiscale afrekening over de stakingswinst kan hiermee worden vermeden. De oudedagsreserve kan eveneens worden doorgeschoven, maar mag niet uitgaan boven het ondernemingsvermogen waarmee de onderneming wordt voortgezet.

  2. Gehuwd op huwelijkse voorwaarden, de onderneming wordt gesplitst

    Bij ontbinding van de personenvennootschap worden de vermogensbestanddelen verdeeld over beide partners. Fiscaal kan deze verdeling geruisloos plaatsvinden als er maar niet met stille reserves wordt geschoven tussen de partners. De ontbinding leidt niet tot staking en als de partners het firmavermogen gelijkelijk verdelen blijft afrekening met de fiscus achterwege. Na de splitsing gaat iedere partner verder met de fiscale boekwaarden van de aan hem toebedeelde activa en passiva. Indien één van de partners is overbedeeld met stille reserves dan ontstaat een belastbare winstoverdracht bij de onderbedeelde partner. De overbedeelde partner kan het bedrag van de toebetaling en overdrachtswinst activeren. De partner die overdrachtswinst realiseert kan zich beroepen op de hiervoor omschreven fiscale faciliteiten met uitzondering van de stakingsaftrek. Verder kan ook de doorschuifregeling worden toegepast op de overbedeling van de stille reserves, mits is voldaan aan de voorwaarden van de doorschuifregeling.

  3. Gehuwd in gemeenschap van goederen, één partner zet de onderneming voort

    Bij echtscheiding wordt de huwelijksgoederengemeenschap ontbonden, alsook de personenvennootschap, indien de personenvennootschap niet samen wordt voortgezet. De wet kent een specifieke regeling voor de ontbinding van een huwelijksgemeenschap: het aandeel in het ondernemingsvermogen dat krachtens het huwelijksvermogensrecht toekomt aan de echtgenoot van de belastingplichtige, wordt door de ontbinding van de gemeenschap geacht te zijn overgedragen tegen de waarde in het economisch verkeer. Bij voortzetting moet verplicht worden doorgeschoven. De partners hebben hier geen keuze in. De voortzettende partner moet de fiscale boekwaarde van de overdragende partner overnemen. De oudedagsreserve kan ook worden doorgeschoven, onder de daarvoor geldende condities. Er dient te worden afgerekend als stille reserves worden toegedeeld aan de niet-voortzettende partner. Bij deze afrekening kunnen alle stakingsfaciliteiten worden toegepast, behoudens de stakingsaftrek. Dit weer niet omdat niet de gehele onderneming wordt gestaakt. De verplichte doorschuifregeling laat onverlet dat de onderneming bij de civielrechtelijke afwikkeling van de huwelijksgoederengemeenschap moet worden verrekend naar de waarde in het economisch verkeer.

  4. Gehuwd in gemeenschap van goederen, de onderneming wordt gesplitst

    De wet fingeert in dit geval een overdracht ‘over en weer’ van het aandeel in het ondernemingsvermogen van de partner. Die fictieve overdracht wordt vervolgens weer teruggenomen omdat beide partners de onderneming voortzetten. De doorschuifregeling moet verplicht worden toegepast. Beide partners gaan met een eigen onderneming verder.

Bron: H. Zwagemaker, Belastingzaken, het fiscale nieuws- en adviesmagazine voor ondernemer en adviseur, september 2011, nummer 7

MfN registermediator